
In het programma Jij, dubbelganger vindt een denkbeeldige ontmoeting plaats tussen de dichter Heinrich Heine (Olaf Mulder), componist Franz Schubert (Rob Broek) en zijn vocale vertolker (Marco van de Klundert). Hoewel Heine cynisch smaalt op componisten die zich alleen aan zijn romantische jeugdwerkjes waagden, moet hij toegeven dat Schubert de bittere diepte onder die romantische oppervlakte van zijn gedichten goed begreep en vertolkte. Hun beider levensverhalen vertonen veel raakvlakken door hun ziekelijkheid en de voorgevoelens over hun naderende dood. Daarnaast kunnen ze, vanwege hun betekenis voor de West-Europese cultuur, als dubbelgangers gezien worden. Het programma bevat de zes liederen die Schubert op teksten van Heine componeerde en die later onder de naam Schwanengesang, samen met enkele andere liederen gebundeld werden. Daarnaast dienen twee liederen op teksten van anderen als zijbeuken van dit indrukwekkende monument van Schubert.
Heinrich Heine (1797-1856) is een belangrijke schrijver binnen
de stroming die later de Romantiek zou worden genoemd.
Voor het eerst in de geschiedenis ging het in de literatuur niet over
zinnebeeldige verhalen, over bijzondere wezens zoals goden, heiligen,
vorsten of buitenissige mensen als schelmen en schavuiten.
Gevoelens als liefde, verlangen en teleurstelling van gewone mensen stonden
centraal, naast aandacht voor de kleine dingen in de natuur zoals een
ontluikende bloem. De romantiek kwam vanuit de "Verlichting"
uit het tweede deel van de 18e eeuw, die de vloer had aangeveegd met versteende,
hoogdravende heroïek en bijgeloof. In het Europa van na de Franse
revolutie viel de romantiek goed: iedere burger kon zichzelf net zo belangrijk
voelen als daarvóór alleen de adel.
Al gauw sloop overdrijving en heroïek de Romantiek binnen. Gevoelens
van liefde en verlangen werden tot manier van de nieuwe burgers om de
belangrijkheid van hun eigen persoon op te kloppen: men ging zwelgen in
de eigen gevoelens. De Romantiek kreeg zijn slechte naam van aanstellerij,
zeker in de ogen van latere generaties.
Heine schreef in de twintiger jaren van de 19e eeuw zijn gedichten over
liefde en vooral liefdesverdriet, die bij zijn tijdgenoten zeer populair
waren. Weinigen hadden oog voor de dubbele bodem onder de woorden van
zijn gedichten en men zag hem aan voor de wereldvreemde dichter "van
het soort dat in katzwijm pleegt te vallen bij het aanschouwen van de
eerste de beste boterbloem."
Maar zij, die de pijlers van een beschaving vormen, zijn dezelfden als
die aan de grondvesten schudden.
Heine prikkelde in latere jaren zijn tijdgenoten met venijnige schotschriften
en bijtende gedichten. Zijn uitspraken over vrijheid en sociaal onrecht
botsten met de censuur van de machthebbers. Hij was bevriend met nieuwlichters
uit zijn tijd als Karl Marx, die aan de haal ging met zijn uitspraak dat
"godsdienst als opium is". Heine bedoelde het namelijk positief:
in zijn langdurige ziekteperiode gaf alleen opium verlichting van al zijn
pijnen. Nog vele jaren bleef Heine een omstreden figuur in Duitsland,
bespot als jood door burgers, verguisd door vorsten, verboden door de
Nazi's, die zijn geschiften verbrandden. In de opstandige beweging van
een jonge generatie in de 60er jaren van de twintigste eeuw herrees hij
plotseling als een phoenix uit zijn as en werd een icoon van maatschappijkritische
literatuur.
Franz Schubert (1797-1828) hield zich vanaf zijn vroege jeugd
bezig met muziek. En compositie. Nog vóór zijn twintigste
had hij al een behoorlijk aantal werken op zijn naam, waaronder de liederen
"Gretchen am Spinnrade" en "Erlkönig", waar zijn
talent om wonderen met een tekst te verrichten, al tot volle wasdom bleek
te zijn gekomen. Gedurende zijn leven oogstte hij met zijn liederen veel
succes, terwijl veel van zijn instrumentale werk pas na zijn dood werd
uitgegeven, gespeeld en gewaardeerd.
Beter dan componisten vóór en na hem wist hij het verhaal
van een lied wist te vertolken, met muzikale verwijzing naar kabbelend
water, flonkerende sterren, kerkklokken en natuurlijk het snorrende spinnewiel.
Maar belangrijker is zijn talent om de betekenis van de achtergrond en
de gevoelens van de teksten muzikaal vorm te geven. Van eenvoudige wisseling
van majeur in mineur tot subtiele muzikale technieken voeren de toehoorder
, misschien onbewust, mee in de wereld van het gedicht. De rol van de
piano is hierbij oneindig veel meer dan die van begeleider van de zangstem.
De pianopartij bij "Der Wanderer" wordt vergeleken met een symfonisch
werk.
Hoewel zijn liederen soms liefdevol"mini-opera's" worden genoemd
door hun dramatische zeggingskracht, bleken zijn opera's op de planken
niet te werken. Net als Schumann werd hij in zijn leven geplaagd door
de syfilis, die hij rond 1822 opliep. Maar in tegenstelling tot Schumann
bleef zijn creativiteit ongestoord in de donkere periodes van zijn leven.
Hij componeerde in die tijd onder andere zijn achtste symfonie (de zogenaamd
"onvoltooide") en de liederencyclus "Die schöne Müllerin".
In de jaren daarna, voor doen in een lange periode van vijf jaar (1823-1828)
ontstonden de Moment musicaux, Deutsch 780, opus 94. De nummers 1, 2 en
drie,achter elkaar gespeeld, lijken met hun tempo-aanwijzingvormen, een
eenheid te vormen: Moderato, Andantino, Allegro moderato. Van alle korte
pianostukken bewezen deze muzikale momenten Schubert's meesterschap in
dit genre.
In zijn laatstse levensjaar, toen hij zijn einde wel voelde naderen, kwam
nog de monumentale cyclus "Die Winterreise" tot stand, daarna
nog drie pianosonates en de liederencyclus die postuum zijn zwanenzang
werd genoemd.
Olaf Mulder, juli 2008
Rob Broek
Rob Broek speelt al sinds zijn zesde jaar piano. Op zijn achttiende besloot hij zowel Piano als Econometrie te gaan studeren, beide in Amsterdam. En beide studies heeft hij ook afgemaakt. Na vanaf 1985 een viertal jaren intensief als econometrist te hebben gewerkt besloot hij zich volledig op de muziek te storten.
Hij studeerde bij onder meer Hans Dercksen, Alexander Warenberg, Mila Baslavskaja en Jan Gruithuijzen.
Rob Broek heeft zowel solo, in kamermuziekensembles als met orkesten opgetreden en deed daarbij veel landen aan, waaronder Japan, de Nederlandse Antillen, Spanje, Bosnië en de Verenigde Staten.
Als pianosolist was Rob te horen bij diverse orkesten. Hij speelde het eerste pianoconcert van Shostakovitch met het Rotterdams Philharmonisch Orkest o.l.v. Sean Edwards.
In de carrière van Rob speelt de kamermuziek een prominente rol. Vanaf zijn afstuderen heeft hij altijd veel gespeeld in diverse ensembles en daarmee ook radio- en cd-opnames gemaakt. Met het Eimer trio maakte hij in 1989 een cd in Genua, met muziek van Bartok, Stravinsky en een eerste opname van een trio van Chatchaturian. Met violiste Kaoru Kaludo maakte hij in 2000 een cd in de Doelen te Rotterdam. Daarop onder andere de sonate van Cesar Franck. Voor Clarinet Classics maakte hij in 2003 een cd met basklarinettist Henri Bok. In 2007 kwam een in Chicago opgenomen cd uit met fluitiste Eugenia Moliner.
Olaf Mulder
Olaf Mulder houdt zich vanaf 1995 bijna uitsluitend bezig met muziektheater als dramaturg en librettist, waarbij zijn opleiding tot psychoanalyticus hem goed van pas komt. Hij bewerkte oratoria tot opera’s (Haendel’s “Alexander’s Feast”, “Susanne” en “Jephta”, voor Opera Noord Holland Noord). Daarnaast bewerkte hij bestaande opera’s tot eigentijds muziektheater (Dido and Aeneas, De barbier van Sevilla , in samenwerking met o.a. Sigrid van der Linden en bij Opera Cinema.
Voor deze en andere producties, (o.a. Busoni’s “Turandot” en Prokofieff’s “Maddalena”voor Opera Minora), schreef hij vertalingen, achtergrondartikelen en dramaturgische verhandelingen. Teksten in proza en poëzie bij liedrecitals en orkestwerken bracht hij enige malen zelf ten gehore. Naar aanleiding van het scènografische ontwerp voor Turandot vervulde hij een gastdocentschap dramaturgische vormgeving aan de Hogeschool voor de Kunst te Leeuwarden. Als dramaturg werkte hij o.a. voor Marcel Sijm bij “Macbeth” van Verdi en “La voix humaine” van Poulenc. Een oorspronkelijk libretto van zijn hand, over de verleidingen van het fascisme en het verzet daartegen, wordt dit jaar getoonzet door de componist René Samson.